De weg van het bloed

weg van het bloed 1

1. De specialist of huisarts geeft de patiënt een formulier mee om bloed te laten prikken. Bij de bloedafname zie je een zuil met gekleurde knoppen. Bij elk formulier hoort een kleur. Op een poster zie je welke knop bij welk formulier hoort.

   

2

2. Op het digitale bord wordt aangegeven wanneer de volgende patiënt aan de beurt is en in welke prikkamer. De laborante doet een stuwband om de bovenarm, zodat de aders beter aan te prikken zijn.

   

weg van het bloed 3

3. Er worden verschillende buisjes gebruikt. De kleur van het dopje geeft aan of er in de buis een stofje zit om het stollen van het bloed tegen te gaan en zo ja welk stofje. De buisjes worden voorzien van een etiket met de patiëntengegevens en een barcode.

    

weg van het bloed 4

4. In de sorteermachine worden de buisjes in een centrifuge met hoge snelheid rondgedraaid. Zo worden de rode bloedcellen van het plasma (vloeistof die de cellen vervoert) gescheiden. Vervolgens halen de analisten de buisjes op voor verder onderzoek.

   

weg van het bloed 5

5. De buisjes gaan naar de chemiemachine. De machine bepaald de stofjes in het bloed, zoals ureum, natrium, bloedsuikers (glucose), of cholesterol. De paarse buisjes gaan naar de hematologiemachine. Deze bepaalt de rode bloedcellen (erytrocyten), bloedplaatjes (trombocyten) en witte bloedcellen (leukocyten) in het bloed.

   

weg van het bloed 6

6. Bij afwijkingen van de bloedcellen wordt het bloed onder de microscoop door de analist onderzocht.

    

weg van het bloed 8

7. De klinisch chemicus bekijkt alle afwijkende bepalingen, beoordeelt deze en adviseert de arts over eventueel aanvullend onderzoek van het bloed.

    

weg van het bloed 8

8. Het bloed wordt een week in de koelkast bewaard, voor het geval verder onderzoek nodig is. Hierna wordt het bloed afgevoerd en vernietigd.

    

weg van het bloed 9

9. De uitslag is meestal binnen één dag bekend. Voor spoedonderzoeken, bijvoorbeeld van de spoedeisende hulp, is de uitslag binnen een uur bekend. De arts bespreekt de uitslag vervolgens met de patiënt.